Navigatie (home) > Monitor > 2002

De Monitor 2002 laat zien dat Nederland al jaren erg laag scoort vergeleken met andere Europese landen als het gaat om het aantal vrouwelijke hoogleraren. Dit gegeven wordt door de universiteiten, de overheid en instellingen als het NWO als een probleem ervaren. Het behouden en aantrekken van wetenschappelijk talent is immers een van de opgaven voor Nederland voor de komende jaren. De  Arbeidsmarktmonitor academische sector 2003, uitgebracht door het sociaal fonds voor de kennissector (SoFoKleS), maakt duidelijk dat de kans voor de jongere generaties afgestudeerde vrouwen om hoogleraar te worden echter eerder kleiner lijkt te worden dan groter. Tussen de universiteiten onderling zijn de verschillen in het percentage vrouwelijke hoogleraren aanzienlijk. De Universiteit Amsterdam heeft momenteel het hoogste percentage vrouwelijke hoogleraren in dienst: 11,5%. Hekkensluiter is de Technische Universiteit Eindhoven met 1,6%.

In de Monitor 2002 staan naast het percentage vrouwelijke hoogleraren dat werkzaam is aan de Nederlandse universiteiten, ook streefcijfers. Deze streefcijfers zijn geformuleerd op basis van het huidige aantal vrouwelijke afstudeerders, het aantal AIO’s aan de universiteiten en een gemiddeld wetenschappelijk carrièrepad. De streefcijfers geven aan dat in de meeste vakgebieden in de komende vijftien jaar meer dan tien keer zoveel vrouwelijke hoogleraren werkzaam moeten zijn dan het huidige aantal. De Stichting wil de universiteiten met deze streefcijfers stimuleren tot een actief beleid om het aantal vrouwelijke hoogleraren te vergroten.

De Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2002 van Stichting de Beauvoir is on-line. Klik op onderstaande links voor de monitor (in pdf-formaat; 725 Kb) en het persbericht (Word; 32,0 Kb).

Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2002