Monitoren Vrouwelijke hoogleraren
Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2009Genoeg vrouwen voor opvolging mannelijke babyboomgeneratiehooglerarenDen Haag, 1 oktober 2009 - Vandaag nemen Ronald Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Pauline Meurs, Eerste Kamerlid en hoogleraar aan het Erasmus Medisch Centrum, en Sijbolt Noorda, voorzitter Vereniging van Universiteiten (VSNU) de ‘Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009’ in ontvangst (English version). De Monitor beschrijft de stand van zaken van vrouwen in wetenschappelijke functies en besluitvormingsorganen in Nederland. Doel van dit overzicht is te laten zien waar aanvullend beleid nodig is om verlies van vrouwelijk talent te voorkomen. Dit zijn de opmerkelijkste feiten uit de 'Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2009' op een rij.
De uitreiking van de Monitor vindt plaats op donderdag 1 oktober 2009 van 16.15 - 16.45 uur in het Museum voor Communicatie te Den Haag tijdens ‘Pump Your Career’, talentendag voor vrouwelijke wetenschappers. De monitor wordt aangeboden door Gerard Mols, Rector Magnificus van de Universiteit Maastricht, en Frans Zwarts, Rector Magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen, geflankeerd door Joris van Bergen, voorzitter Stichting de Beauvoir.
Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2006Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2006 gepresenteerd op 28 september 2006Stichting de Beauvoir brengt in samenwerking met het EQUALproject Participatie als Prioriteit, het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren en de VSNU de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2006 uit. De tekst is bedoeld als handreiking voor overheid, universiteiten en wetenschappelijke organisaties die actief beleid willen voeren om de participatie van vrouwen in de wetenschap te verbeteren. De monitor van 2006 kan hier gelezen worden. Monitor Vrouwelijke hoogleraren 2002De Monitor 2002 laat zien dat Nederland al jaren erg laag scoort vergeleken met andere Europese landen als het gaat om het aantal vrouwelijke hoogleraren. Dit gegeven wordt door de universiteiten, de overheid en instellingen als het NWO als een probleem ervaren. Het behouden en aantrekken van wetenschappelijk talent is immers een van de opgaven voor Nederland voor de komende jaren. De Arbeidsmarktmonitor academische sector 2003, uitgebracht door het sociaal fonds voor de kennissector (SoFoKleS), maakt duidelijk dat de kans voor de jongere generaties afgestudeerde vrouwen om hoogleraar te worden echter eerder kleiner lijkt te worden dan groter. Tussen de universiteiten onderling zijn de verschillen in het percentage vrouwelijke hoogleraren aanzienlijk. De Universiteit Amsterdam heeft momenteel het hoogste percentage vrouwelijke hoogleraren in dienst: 11,5%. Hekkensluiter is de Technische Universiteit Eindhoven met 1,6%. |
|
|



